Wallonië kent een rijke geschiedenis. Tal van historische plaatsen prijken op de lijst van Unesco-werelderfgoed. De Unesco Fietsroute brengt je langs een scala van deze bijzondere plaatsen. Op de fiets leer je veel aspecten van Wallonië kennen met wisselende landschappen en verrassende steden. Je zult verbaasd staan van de fietsvoorzieningen die de laatste jaren zijn gerealiseerd. RAVeL’s brengen je over voormalige spoorwegen en oude jaagpaden.

Avontuurlijke weggetjes in de Ardennen dagen je uit. Na het fietsen geniet je van lekker eten en een puik streekbiertje: het Waalse leven. Bert Sitters neemt je mee. 

Doornik is een passend begin voor een Unesco-fietsroute. De oudste stad van Wallonië en de op een na oudste stad van België. In de vijfde eeuw was Doornik de hoofdstad van het Frankische rijk, totdat Koning Clovis zijn residentie verplaatste naar Parijs.

De oude brug over de Schelde is afgebroken, maar er komt een nieuw, soortgelijk exemplaar

De oude Pont des Trous over de Schelde is na veel discussie afgebroken, omdat de brug grotere schepen in de weg stond. Een nieuw exemplaar is in aanbouw. In oude stijl maar met een ruimere doorvaart in het midden.

Belangrijkste monument is de imposante Onze-Lieve-Vrouwekathedraal met maar liefst vijf torens. Meesterschilder Rogier van der Weyden was hier in de 15e eeuw aan het werk. Onder het toeziend oog van het ranke Belfort verrast plotseling opspattend water ons terwijl we over de Grote Markt fietsen.

Bergen, Grote Markt op de top 

De volgende stad is Bergen, omringd door de sporen van de mijnen. De kraterachtige kegels van mijnafval domineren nog altijd het landschap. Het leven van de mijnwerkers en hun gezinnen was zwaar. Dominee in opleiding Vincent van Gogh trok zich het lot van deze mensen aan. Het sombere leven inspireerde de grootmeester tot het maken van zijn eerste tekeningen en schilderwerken. Het huis waarin Van Gogh woonde is nu een museum. 

Omgeving Bergen.

Zo somber als de omgeving is, zo kleurrijk en levendig is de oude binnenstad van Bergen. Inderdaad op een berg met op de top de flamboyante Grote Markt: figuurlijk maar ook letterlijk een hoogtepunt na het omhoog fietsen over de kasseien. Een nieuwe blikvanger in aanbouw is het station van Santiago Calatrava Het zou al in 2015 al gereed zijn, maar het sporenpaleis is nog steeds in de fase van ruwbouw. 

De schepen gaan 65 meter omhoog

De RAVeL (fietspad) langs het Canal du Centre is bijzonder. Vier keer kijken we op tegen een indrukwekkende constructie van staal voor de liften die de schepen omhoog of omlaag brachten naar een ander niveau. Er is nu een nieuwe lift van 65 meter hoog, die hoog boven de kerktoren van Strépy-Braquegnies uitsteekt. 
De vroegere mijnactiviteiten blijven domineren. Het complex van Bois-du-Luc is een uitzonderlijke getuige van een industrieel tijdperk.

De nieuwste scheepslift

Pal rond de mijn ontstond een waar stadje voor de mijnwerkers. Alles was aanwezig: kruidenierswinkel, school, ziekenhuis, en feestzaal. Opmerkelijk is de eenheid van stijl van de kleine woningen van de mijnwerkers. In 1973 ging de mijn dicht. Het huidige ecomuseum brengt ons terug naar de harde werkelijkheid van destijds. 

Carnaval

Het oude Binche geldt als dé carnavalsstad van België. Nu is het maar een paar dagen per jaar carnaval, maar in het museum kun je het bonte feest het gehele jaar beleven. Binche kent geen praalwagen, maar wel de Gilles in hun uitbundige kostuums. Een voormalige spoorbaan brengt ons in het dal van de Samber.

Door dit dal slingert alleen maar een fietspad en geen autoweg. Dit zorgt voor een ongekende rust. Hoog boven de Samber pronkt het middeleeuwse Thuin. De kasseienweg naar boven is een uitdaging. Tegenover het water ligt de ruïne van de abdij van Aulne er schitterend bij. 

Door een roestig muizengaatje

Kort voor Charleroi verandert het landschap abrupt van groen naar bruin. In plaats van tussen het weelderige groen fietsen we nu door een macaber muizengaatje tussen roestige overblijfselen van de industrie. We kijken angstvallig naar boven of niet stukken van de buizen naar beneden denderen. 

Charleroi

Charleroi stond bekend als de meest industriële stad van West-Europa, maar de stad ondergaat nu langzaam een metamorfose. De kade langs de Samber is inmiddels aangepakt. Het fietspad hangt tegen de kademuur. We fietsen op houten dwarsliggers en dat voelen en horen we. 

Citadel van Dinant

We verlaten de Samber via een fietspad het reliëf op. Hier staat de beroemde Adbij van Maredsous. Zoevend dalen we langs het riviertje Molignée naar de Maas, die hier in Wallonië op z’n mooist is. Hoog boven Dinant prijkt de Citadel. Delen zijn ontworpen door Vauban, maar de huidige vorm komt van de Nederlanders na de val van Napoleon. Het knusse stadje aan de Maas is de geboorteplaats van Adolphe Sax, de uitvinder van de saxofoon.

Dinant dient zich aan

Het water stond hier bijna twee meter hoog

Met het riviertje de Leffe mee klimmen we de Ardennen in. Er volgt een waar feestterrein voor de klimgeiten. Alleen op het voormalige spoorbaantje voorbij Ciney is het even vlak. We duiken de diepte in naar het dal van de Ourthe. Durbuy met de poppenhuisjes en de rijen restaurants noemt zich het kleinste stadje ter wereld. De hevige regenval in juli 2021 bracht zware schade toe. In sommige hotels stond het water bijna twee meter hoog. Veel schade was echter wonderbaarlijk snel opgeruimd.

Pittiger dan Luik-Bastenaken-Luik

Langs de Ourthe is op sommige plaatsen nauwelijks ruimte voor een fietspad tussen de rotswand en het water. We klimmen de Ourthe uit voor het koninginnendeel van de route. Voor ons ligt de Rédoute, maar dit is wel de minder zware kant. Pittiger dan Luik-Bastenaken-Luik zijn de onverharde weggetjes op een volgende helling. Voor het casino van Spa blazen we even uit en vullen we onze bidons met groene Spa uit de bron.

De rust van de natuur wordt overstemd door het geronk van de bolides op het circuit van Francorchamps. In de kelder van de voormalige Abdij van Stavelot bewonderen we een groot aantal historische exemplaren uit de geschiedenis van de formule I. Eerst moeten we echter bonken op de keien van het stadje met de vakwerkhuisjes.

Treintje spelen 

Op de Vennbahn proeven we nog altijd de sfeer van treintje spelen. Regelmatig doemen seinen, stationnetjes en oude treinstellen op. In Kügelscheid nuttigen we een vers gebakken wafel in een oude wagon. We gaan zelfs een stukje door Duitsland langs Monschau, het Eifelstadje aan de Roer. Dicht bij de bron is de Geul nog een nietig stroompje, maar het dal is al snel imposant. Bij Moresnet ligt het kilometer lange spoorwegviaduct hoog boven ons. Over spoorweg gesproken: we gaan nog een keer op een RAVeL over een oude spoorbaan naar Aubel. Het egale asfalt is fonkelnieuw. 

Vennbahn

Nog een keer een abdij en dan de diepte in

Langs het riviertje Berwijn passeren we de Abdij van Val Dieu, bekend om het bier. We zijn bijna bij het eindpunt, maar ook een van de hoogtepunten van de route: de voormalige kolenmijn van Blégny. Naast de bok van de lift naar diepte in de aarde ogen de mijngebouwen als hoog gestapelde containers. Een waar industrieel monument. 

In plaats van klimmen, gaan we nu afdalen met de lift 60 meter de diepte in door het gangenstelsel. Dit is de enige mijn op het vasteland van Europa, waarin je kunt afdalen. We hebben de 500 kilometer fietsen er graag voor over gehad, maar ook genoten onderweg. 

Bijzondere abdijbiertjes, een paar tips.

Abbaye d’Aulne
Dit bier is erkend als abdijbier. Geen echte trappist dus. Het recept komt echter wel uit de abdij, maar het bier wordt elders gebrouwen. Wel in de directe omgeving van de abdijruïne. De bieren worden geschonken in de etablissementen bij de ruïne. Vooral de tripel is een aanbeveling. 

Maredsous
Ook dit is een erkend abdijbier. De bieren worden gebrouwen bij Duvel. Bij de abdij is een groot proeflokaal met een biertuin. Je kunt ook abdijkaas en abdijbrood bestellen. De bussen met bezoekers rijden af en aan. Maredsous 10 is een zwaar bier, maar de smaak is uitstekend.

Abdij Val Dieu
Ooit gesticht als Godsdael aan het stroompje de Berwijn. De bieren worden hier wel gebrouwen, maar sinds 2001 leven hier geen monniken meer. In de voormalige abdij is wel een Christelijke gemeenschap actief, maar het zijn leken. Je kunt de bieren proeven in het lokaal en op de binnenplaats. In de winkel kun je het kostelijke vocht ook kopen om mee te nemen. De brouwmeester beveelt een grand cru aan. 

Abdij van Maredsous

Het beginpunt is in Doornik in Henegouwen en het eindpunt in Blégny is niet ver van de stad Luik. 
Je kunt met de trein naar Doornik en overstappen in Brussel. Je hebt een internationaal fietskaartje nodig. www.nsinternational.nl of www.fiets-mee.nl 

Je kunt van Blégny fietsen naar Luik en daar de trein nemen, of via de Internationale Maasfietsroute, of direct vanuit Blégny via de fietsknooppunten naar Maastricht. Zie: nl.liegetourisme.be/knooppuntenkaart

Fiets mee in de trein in België: belgiantrain.be/nl/tickets-and-railcards/train-and-other-transport/train-bike 
Je moet een aantal keren flink klimmen. Dat hoort in Wallonië en zeker in de Ardennen. In de etappe naar Spa zit een avontuurlijk pad. 
Meer over deze route met alle UNESCO-monumenten, kaartjes van de etappes en tracks: walloniebelgietoerisme.be/nl/3/doen/erfgoed-en-cultuur/unesco-erfgoed-in-wallonie/de-unesco-route-met-de-fiets

RAVeL
Een RAVel is een fietspad op een voormalige spoorweg of op een oud jaagpad. Er ligt in Wallonië inmiddels 1440 kilometer.
ravel.wallonie.be/nl/home.html

Fietsers welkom
Wallonië kent een kwaliteitslabel voor overnachtingsadressen waar fietsers welkom zijn: walloniebelgietoerisme.be/nl/


Dit artikel is mogelijk gemaakt door: VisitWallonia www.walloniebelgietoerisme.be


één reactie op “Unesco Fietsroute Wallonië | Dwars door het Walenland van west naar oost”

  • Peter Schmit
    1 november 2021 at 21:28

    Leuk en dichtbij

Comments are closed.