Herfst. Wellicht het mooiste seizoen om de wandelschoenen aan te trekken voor een rondje door het bos. Vroeger, als kind al kon ik blij worden van een lekkere zondagse wandeling door het bos bij ons om de hoek. Plastic zakje mee voor de kastanjes en andere vondsten die gebruikt konden worden voor de herfsttafel op school. De plastic zak is na vele jaren inmiddels ingeruild voor een cameratas. Ik zoek tijdens het wandelen niet meer naar kastanjes en beukennootjes, maar naar composities voor de mooist mogelijke bosfoto’s. De beleving is echter nog onveranderd mooi. 

Het Grote Woud van Saint-Hubert

Het leven van de landschapsfotograaf is in november is vele malen makkelijker dan in hartje zomer. De wekker gaat niet om vier uur af, maar afhankelijk van de reistijd naar de bestemming in kwestie om een uurtje of zes. Misschien zelfs half zeven. Zo was het ook vandaag in het hartje van de Belgische Ardennen. De zonsopkomst stond gepland om half acht en ik hoefde slechts een kwartiertje door een donker bos te rijden om te arriveren op de plek van bestemming: Het pittoreske Mirwart.

Heel veel had ik er nog niet over gelezen, maar omdat het dorpje op een heuveltop stond kon het zomaar de uitgelezen plek zijn om een zonsopkomst te fotograferen. Op een slakkengangetje reed ik door het donkere bos. Ik was op nog ruim op tijd dus hoefde me niet te haasten. En dat is maar goed ook want in de bossen van Saint-Hubert wemelt het van het wild. Sterker nog: De heilige Sint Hubertus naar wie het stadje vernoemd is, is de beschermheer van de bossen, de natuur en de jacht. Dat de jacht erg serieus wordt beoefend in Saint-Hubert was te merken aan de vele hoogzitters die ik onderweg naar Mirwart tegenkwam. 

In de bossen van Saint Hubert wemelt het van het wild. Foto: Vincent Croce

Mirwart

Daar was het kerktorentje van Mirwart. Mirwart is zo’n typisch Ardens dorpje met bescheiden huisjes gebouwd van donker graniet. Het belangrijkste gebouw van het dorp is het kasteel van Mirwart die een paar honderd meter verderop te zien was. Bij het kraaien van een haan begon de bewolkte lucht roze te kleuren. “Geen verkeerde keuze om hier naartoe te rijden” dacht ik.  

Mirwart. Foto: Vincent Croce

In het woud van Saint-Hubert kan de wandelaar zijn hart ophalen; Op de routekaart die ik in het Office de Tourisme in het centrumpje van Saint-Hubert had gekocht, was te zien dat er maar liefst dertig verschillende wandelroutes zijn. Omdat we midden in het jachtseizoen zaten, waren er wel acht van de dertig ontoegankelijk voor publiek, maar dus nog zat om uit te kiezen. Informatie over de exacte jachtgebieden en periodes kun je het beste inwinnen bij hetzelfde Office de Tourisme.

Grand Foret de Saint-Hubert. Foto: Vincent Croce

Het grote woud van Saint-Hubert is echt ontzettend groot. In totaal bestrijkt het gebied 100.000 hectare, waarvan ongeveer de helft bos betreft. De andere helft valt onder te verdelen in kleinschalige agrarische gebieden en dorpen. Ik vroeg aan de dame van het toerismebureau of ze suggesties had waar ik het beste mooie herfstfoto’s. “Overal is het nu prachtig, eigenlijk” zei ze met een lach op haar gezicht. Het was ook een beetje een retorische vraag, besefte ik. Met de routekaart onder de arm liep ik naar de patissier op de hoek om een cappuccino en verse croissant aux chocololat-to-go te bestellen en besloot ik dat ik vandaag de bonnefooi-tactiek zou hanteren, in de volle overtuiging dat ik vast genoeg moois zou tegenkomen. 

Onstuimig herfstweer

Het was vandaag een typisch voorbeeld van onstuimig herfstweer. Regen en windkracht vier. Al met al niet de ideale omstandigheden voor bosfoto’s. Toch paste het gure weer goed bij het Ardense boslandschap en versterkte de dramatische sfeer die mij tijdens het fotograferen in zekere mate altijd wel aanspreekt. Toen het wolkendek op enkele plekken gaten vertoonde en het zonlicht de boomtoppen oplichtte, was het genieten geblazen.

Verlaten kasteel. Foto: Vincent Croce

Op een heuveltop in de verte viel het licht precies op een gebouw dat iets weg leek te hebben van een kasteeltoren die was vlak boven de bomen uitstak. Door het autoraampje aan de bijrijderskant zag ik door de voorbijflitsende bomen dat de weg parallel liep aan een kronkelend riviertje. Even verderop stonden een drietal auto’s langs de weg geparkeerd en zag ik een routebord.

Chateau Saint-Ode

Eenmaal uitgestapt las ik op het routebord dat er een rode stippellijn de route naar Chateau Saint-Ode aanduidde. “Dit moest haast wel dat kasteeltje op de heuvel zijn!”  Ik pakte mijn cameratas en stak de voetgangersbrug over die mij aan de andere zijde van het riviertje bracht. Een zompig en modderig wandelpad volgde de baan van de zojuist overgestoken rivier. Het zonlicht schitterde door de verkleurde bladeren heen terwijl langzaamaan het besef kwam dat dit een grandioos mooi stukje bos is!

Chateau Saint-Ode. Foto: Vincent Croce

HET KASTEEL ZOU EEN PERFECTE SETTING VOOR EEN SPANNENDE NETFLIX DETECTIVE ZIJN.

Aan het einde van het voetpad volgde ik een bredere asfaltweg die nu wat steiler omhoog ging. De loofbomen waren ingeruild door donkere, statige naaldboompercelen. Na een half uurtje zag ik de grauwe muren van het kasteel. Verlaten. Jonge berkenboompjes woekerden als een soort onkruid  tussen de traptreden aan de zijkant van het gebouw omhoog. De vensters waarvan het glas niet was ingegooid waren bedekt met houten panelen. Op de deur las ik op een aanplakbiljet “Entrée interdite”. Het kasteel zou een perfecte setting voor een spannende Netflix Detective zijn. Wat een mooie vondst!

Het Woud van Semois et de la Houille

Na een goed bord eten en een warme douche zocht ik op tijd mijn bed op. Het zou de volgende ochtend immers weer vroeg dag zijn. Bij het horen van de wekker sprong ik compleet uitgerust en een beetje opgewonden uit bed. Op het programma stond namelijk één van de mooiste fotolocaties van het land: De “Tombeau du Géant” oftewel “Het Graf van de Reus”. Deze Ardense Grand Canyon heeft zijn werkwaardige vorm te danken aan de rivier de Semois die zich duizenden jaren geleden een baan door het gesteente heen baande.

Tombeau du Géant. Foto: Vincent Croce

De opmerkelijke naam heeft echter een ander oorspong; “Tombeau du Géant” is afkomstig van de legende van een Gallische held die qua omvang zich nog het duidelijkst als reus laat omschrijven. De uit de kluiten gewassen Galliër weigerde zich gevangen te laten nemen door de Romeinen die wellicht een veelbelovende gladiator in hem zagen. De reusachtige Galliër gooide zichzelf van de nabijgelegen Roche de la Chat in het ravijn van de Semois. Een dag later vonden de inwoners van Botassart zijn lichaam en begroeven hem op de top van de heuvel.

In de schemering stapte ik mijn auto uit op de lege, volledig nieuw aangelegde parkeerplaats van de Tombeau du Géant. Ik hoefde niet lang te zoeken want een paar meter verderop zag ik de eveneens niewe bankjes met daarachter het geweldige uitzicht op de vallei. Het was eigenlijk nog te donker maar, man, man, man… Dit was toch wel een hele gave plek. En wat was het fris! Met bibberende handen ritste ik mijn tas open en maakte alvast mijn camera gereed.

Mistflarden tijdens de zonsopkomst

De koude lucht was een teken dat ik weleens geluk met de zonsopkomst kon hebben; misschien wel een beetje mistvorming op de Semois? De lucht begon in ieder geval al aardig te kleuren. Het voordeel van deze plek was dat ik in ieder geval niet hoefde te zoeken naar een compositie. Het was recht toe- recht aan mikken op “de bocht” en hopen op mooi licht. De camera stond alvast juist ingesteld op het statief, ik wachtte rustig af. De lucht kleurde steeds feller en ik zag hoe grote mistflarden zich boven de Semois een weg door de bomen heen baanden.

Soms werd een mistpluim ineens belicht door het doorbrekende zonlicht en kleurde deze diep-oranje. Het was geen moment hetzelfde. Op mijn tweede camera had ik een telelens gemonteerd die ik er al snel bij pakte. Met het telelens speurde ik naar interessante kaders waarin meerdere hoofdrolspelers van de herfst actief waren: water, mist, zonlicht en bomen. Heel veel verschillende, prachtig gekleurde bomen. 

Foto: Vincent Croce

Toen de zon hoger aan de hemel begon te kruipen, volgde ik het voetpad naar beneden. Vanuit deze plek kun je hele leuke wandelingen maken, zo had ik gelezen. Ik vervolgde mijn weg richting de Semois. Onderweg passeerde ik een aantal mooie uitzichtpunten. De zon stond inmiddels aardig hoog en het licht werd harder en harder. Lastig om bosfoto’s te maken! Jammer! Want alle ingrediënten voor waanzinnige herfstfoto’s lagen hier voor het oprapen.

Le passarelle de l’Epine. Foto: Vincent Croce

Eenmaal beneden was ik bijna gearriveerd bij één van de nieuwste toeristische hoogtepunten van de vallei: Le passarelle de l’Epine; een mooie houten hangbrug die voetgangers de gelegenheid geeft om van de ene naar de andere oever van de Semois te lopen. Ik nam een paar welverdiende slokken uit mijn waterfles en een hap van mijn notenreep voordat ik besloot terug naar boven te wandelen. 

 Het Woud van Anlier

Als er één bos bestaat waar je de herfstkleuren het allerbeste kunt meemaken, is het misschien wel het woud van Anlier. Met zijn 7000(!) hectare aan oppervlakte, bestaat het uitgestrekte bosgebied voor maar liefst 85% uit loofbomen. “Oh had ik maar goed fotoweer” riep ik hardop toen ik de kaarsrechte weg richting Martelange afreed. De ruitenwissers stonden in standje twee en het leek er niet op dat het vandaag nog droog zou gaan worden. “Dan wordt het maar eerst koffie” besloot ik.

De kaarsrechte weg naar Martelange. Foto: Vincent Croce

In Martelange gaan veel Belgen voor Luxemburgse prijzen goedkoop tanken aan de overkant van de straat die is volgebouwd met tankstations. Ik kwam er op zeven toen ik klaar was met tellen. Uiteraard maakte ik even gebruik van de gelegenheid en topte ik mijn nog halfvolle tank even af. Het drupte buiten nog steeds, dus nam ik lekker de tijd voor de koffie. Ik wist dat het bezoekerscentrum van het Woud van Anlier zich ook in Martelange bevond. Toen ik de laatste bodempje koffie doorslikte maakte ik rechtsomkeert naar Belgisch grondgebied en zocht ik het bezoekerscentrum maar eens op.

Een houten toren met dezelfde Romeinse bouwstijl die ik eerder al bij de Passarelle de l’Epine zag stond aan het begin van het park waarin ook het bezoekerscentrum zich zou moeten begeven. Ik volgde de trap naar beneden toen ik op een kleine brug stond en ik in mijn ooghoek ineens iets blauws spotte…Een ijsvogel! Wat een geluk! Het was natuurlijk nog vroeg en niet veel mensen waagden zich buiten in dit hondenweer. Dat zou de reden zijn dat deze ijsvogel in opperste concentratie zo rustig op de overhangende tak bleef zitten, totdat hij een ongelukkig visje zou zien.

Een ontmoeting met een ijsvogel en een vos

Ik zag mijn kans schoon en ritste zo geruisloos mogelijk mijn cameratas open. Ik hoopte dat mijn kleine blauwe vriend nog even zou blijven zitten. Ik stelde vlug scherp.. en *klik* – hebbes! Het zou pas echt gaaf zijn als ik het moment suprême van het duiken naar zijn prooi zou vastleggen! Ik switchte mijn camera naar “video” en zette het frame rate op 100p (4x slow motion) “Dit zouden toch wel gladde beelden op moeten leveren”. Ik bewonderde de kleine blauwe jager die zoveel geduld had en geen kick leek te geven. Tien minuten gingen voorbij…vijftien… De vogel had vandaag weinig succes zo leek het. De video besloot ik maar te laten voor wat het was en ik nam afscheid van de ijsvogel met engelengeduld.

Oogcontact met de vos. Foto: Vincent Croce

Ik liep over een vlonderpad dat een soort educatief natuurparkje doorkruiste. Ik zag twee grote runderen met een indrukwekkende hoornpartij. Wel jammer dat ze niet in wat beter licht stonden dacht ik en ik wandelde weer door toen… een VOS! Misschien wel mijn lievelingsdier! We hadden zeker een volle minuut oogcontact. Ik had hem hoogstwaarschijnlijk verrast toen hij wilde drinken bij een vijvertje in het park. Wat gaaf! Net iets te ver misschien voor een hele mooie foto… maar toch! Wat een geluk… eerst de ijsvogel en nu een vos. En dat op nog geen vijftig meter uit elkaar!

De dag was eigenlijk al geslaagd. In het bezoekerscentrum was vanochtend de enige. Ik vroeg aan de medewerker achter de balie waar ik het mooiste kon wandelen. Jij bent fotograaf? Vroeg hij met een mooi Frans accent? Oui! Moi Aussi, en de man liet een paar foto’s op zijn instagram account zien. Tres bien! Hij gaf me een folder en een printscreen van zijn pc waarop een klein kaartje met een wandelpad was aangegeven. “Dit is de oude Romeinse stenen weg, hier heb ik mijn mooiste bosfoto’s genomen”

Had ik nu werkelijk twintig minuten lang een ijsvogel van plastic staan filmen?

Dat was nog eens informatie waar ik iets mee kon. Merci beaucoup monsieur! Oh… en ik zag hierachter zojuist een ijsvogel! Hij glimlachte en zij ‘Die zien we hier vaker’ en even later ‘Dat is een dummy’ Een wat?! Oui, een dummy. Kijk, hij hoort bij de puzzeltocht voor kinderen. We hebben ook een specht, een uil en een eekhoorn, allemaal dummies. Ik kon wel door de grond zakken van schaamte. Had ik nu werkelijk waar zojuist twintig minuten lang een ijsvogel van plastic staan filmen in de hoop dat hij zou gaan duiken naar een visje? Bonne journée monsieur, en ik maakte dat ik wegkwam.  

Het Woud van Chimay

Ik verliet voor het eerst deze reis de provincie Luxemburg en reed eerst de provincie Namen en vervolgens Henegouwen binnen om het vierde en wellicht het minst bekende woudmassief te ontdekken: het woud van Chimay. Het uitgestrekte bosgebied ligt ten zuiden van het stadje Chimay; een stadje met ongeveer 10.000 inwoners dat bij menig foodie een belletje doet rinkelen vanwege zijn gelijknamige trappistenbier en kaas. Even buiten de stad staat de Scourmont Abdij waar bezoekers zich geheel in stijl kunnen laten rondleiden tijdens de culinaire Chimay Experience. 

Maar voordat we konden beginnen aan al die verwennerij vond ik dat ik eerst het tijd was om de omgeving te ontdekken. Ik had gelezen dat niet ver van Chimay één van de mooiste dorpjes van Wallonië lag. Lompret was tot 1977 een zelfstandige gemeente en valt sindsdien onder de bestuurlijke gemeente Chimay. Toen ik het autoportier sloot en langzaam om mij heen keek werd duidelijk waarom dit charmante plaatsje tot de mooiste dorpen van Wallonië behoorde.

Lompret. Foto: Vincent Croce

Het riviertje stroomde pal langs de kerktuin, midden door het dorp. Aan weerskanten van de weg stonden oude, natuurstenen huisjes en ik telde een handjevol wielrenners op het terras van het enige restaurant van het dorp. Lompret ligt ingesloten tussen twee rotsachtige heuveltjes die waarschijnlijk een mooi uitzicht op het dorp bieden. Zou er misschien een pad naar boven lopen? Verborgen tussen twee huisjes liep inderdaad een pad met een soort doorgang richting de beboste heuvel.

Ook hier zag ik een aanplakbiljet waarop de jachtdagen netjes waren aangegeven. Gelukkig was er vandaag geen jacht aan de gang, dus kon ik probleemloos mijn weg naar boven vervolgen. Door de vele regen was een steile pad verraderlijk glibberig en behoorlijk stijl. Maar gelukkig duurde het niet erg lang voordat ik boven was. Het zonlicht schitterde door de bladeren van de boom die over de uitstekende rots heen groeide. Tussen de takken door had ik prachtig uitzicht op het hele dalletje van Lompret.

Herfstkleuren in het Woud van Chimay. Foto: Vincent Croce

Voorzichtigheid was hier geboden want de stenen waren ondanks het aangename zonnetje nog best glad. Toen het zonlicht precies op het dorpje viel lukte het om tussen de takken door een paar foto’s van het dorpje te schieten. Tijdens het terug wandelen besloot ik om dadelijk een kijkje te gaan nemen bij het meer van Virelles. 

Vogels spotten bij het meer van Virelles

Het meer van Virelles is een aangelegd meer van 80 hectare en herbergt veel vogelsoorten en zoetwatervissen. Pal aan het meer is Acquascope, een bezoekerscentrum c.q. natuurmuseum gevestigd. Aansluitend bij het museumbezoek kun je een educatieve wandelroute volgen. Bovendien heeft de route een aantal observatiehutten waar je de kans hebt om meerdere vogelsoorten te spotten. Met name de observatiehutten trok mij wel aan.

Ik schroefde mijn telelens alvast op mijn camera toen ik de eerste hut, een glazen pui die half onder waterniveau stond, binnenliep. Mijn verwachtingen waren niet erg hooggespannen, want het was immers midden op de dag. Al vrij snel spotte ik een blauwe reiger en een meerkoet. Helaas te ver om een echte goede foto te maken. Misschien had ik bij de ‘bosvogels’ hutten meer succes. Deze hutten stonden, zoals je al had verwacht, op een stukje bebost gebied. Vanuit de eerste hut keek ik van achter het glas uit op een waterbassin.

Foto: Vincent Croce

Het duurde niet lang totdat ik de eerste koolmees een frisse duik in het badje zag nemen. Te laat! “Wel een gaaf gezicht” mompelde ik. Achter het waterbassin was een voederbak op een afgezaagde boom te zien. Dit was de populairste plek van het bos voor alle vogeltjes, zo bleek al snel. Vanuit de tweede hut had je hier beste zicht op, dus verliet ik hut 1. In het 2 had je inderdaad een mooi zicht op de populaire boomstronk. Ik zag koolmezen, pimpelmezen af en aan vliegen. Ook meende ik een vink en een boomklever te herkennen.

Foto: Vincent Croce

Later zag ik nog een dikke merel en als kers op de taart een bonte specht die zich rustig tegoed deden aan de zaden op de boomstronk. Ik ben niet zo’n vogelspotter, maar dit was toch best leuk! Met een aantal goed getimede foto’s op mijn SD kaartje verliet ik tevreden het natuurpark en reed ik richting het centrum van Chimay. 

Het gezellig centrum van Chimay. Foto: Vincent Croce

Er zijn een paar van die bestemmingen die zich bij uitstek lenen om in de herfst te bezoeken. De Belgische Ardennen is nadrukkelijk zo’n bestemming. De uitbundige herfstkleuren, uitgestrekte bossen, verrassende landschappen maar ook de knusse authentieke dorpjes en stadjes vormen wat mij betreft het perfecte decor voor het ultieme herfstgevoel. Het grappige is dat Wallonië niet voelt alsof het slechts op drie uurtjes rijden ligt. Reden te meer om snel weer eens een bezoekje te brengen!


Voor meer informatie over reizen naar de Belgische Ardennen ga je naar walloniebelgietoerisme.be/nl/


één reactie op “Reisverslag Belgische Ardennen. Een ultieme mix van verbluffend mooie natuur en mystieke dorpjes.”

  • Carla Noltes
    17 november 2021 at 12:39

    Wat een prachtig verslag Vincent!
    En zeer mooie foto’s!!
    Ik ben al heel lang fan van de Belgische Ardennen maar zie in je verslag veel nieuwe plekjes om te onthouden!
    Hart. groet,
    Carla Noltes

Comments are closed.